ECLI:NL:RVS:2024:4059
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijziging exploitatievergunningen passagiersvaart Amsterdam
Smidtje Beheer had vijftien exploitatievergunningen voor passagiersvaartuigen die onbepaalde tijd geldig waren. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wijzigde deze vergunningen bij besluiten van 4 juni 2020 in vergunningen voor bepaalde tijd, met latere aanpassingen van einddata in juli en september 2020. Smidtje Beheer maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van Smidtje Beheer tegen deze besluiten eveneens ongegrond.
Smidtje Beheer stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde deze zaak samen met 50 soortgelijke zaken vanwege de gelijkluidende gronden. In een eerdere uitspraak van 25 september 2024 oordeelde de Afdeling dat een deel van de algemene gronden slaagt, wat leidt tot herroeping van de wijzigingsbesluiten in alle zaken.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van Smidtje Beheer gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 10 februari 2021, en herroept de besluiten van 4 juni en 25 september 2020. Hierdoor gelden de oorspronkelijke vergunningen voor onbepaalde tijd weer. Ook werden de besluiten van 22 april 2024 die de vergunningen met twee jaar verlengden vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Smidtje Beheer, waaronder kosten voor rechtsbijstand en deskundigenrapporten.
Uitkomst: De besluiten van het college Amsterdam die exploitatievergunningen wijzigden van onbepaalde naar bepaalde tijd worden vernietigd en de oorspronkelijke vergunningen voor onbepaalde tijd gelden weer.