ECLI:NL:RVS:2024:4081
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging doorhaling voorwaardelijke inschrijving bijzondere curator wegens verkeerde einddatum examen
Appellant was voorwaardelijk ingeschreven als bijzondere curator voor BW-zaken, waarbij hij verplicht was een examen te behalen om onvoorwaardelijk ingeschreven te worden. De raad voor rechtsbijstand beëindigde de inschrijving per 1 januari 2022 omdat appellant het examen niet had behaald. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees een beperkte schadevergoeding toe.
In hoger beroep stelde appellant dat de einddatum voor het behalen van het examen 1 januari 2023 was, zoals vermeld in het besluit van 27 februari 2020, en niet 1 januari 2022. De raad erkende dit na intern beraad. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de doorhaling per 1 januari 2022 onjuist was en vernietigde het besluit voor zover het die datum betrof.
Appellant trok het verzoek om schadevergoeding in en stemde in met doorhaling per 1 januari 2023. De Afdeling bepaalde dat de inschrijving per die datum wordt doorgehaald en verordende dat de raad het betaalde griffierecht vergoedt. De uitspraak vervangt het eerdere besluit van 27 oktober 2021 voor zover vernietigd.
Uitkomst: De doorhaling van de voorwaardelijke inschrijving van appellant als bijzondere curator wordt vernietigd voor 1 januari 2022 en vastgesteld per 1 januari 2023.