ECLI:NL:RVS:2024:4084
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek parkeren op berm in Utrechtse Heuvelrug
Op 10 december 2021 verzocht appellant het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug om handhavend op te treden tegen het parkeren op een strook aan de Kapelweg, stellende dat deze strook als groenstrook moet worden aangemerkt en parkeren daarop verboden is volgens artikel 5:11 van Pro de APV.
Het college wees het verzoek af omdat de strook volgens haar een berm betreft waarin parkeren is toegestaan. Deze afwijzing werd in bezwaar en vervolgens door de rechtbank bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de strook geen gras, planten of bomen bevat en gescheiden is van de weg door een stoeprand, waardoor het een berm is.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de strook wel degelijk een groenstrook is, maar dat het ontbreken van begroeiing het gevolg is van jarenlang illegaal gebruik en bestrating. Hij verwees naar jurisprudentie waarin stroken met begroeiing als groenstrook werden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellant geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die het oordeel van de rechtbank onjuist maken. De Afdeling sluit zich aan bij het oordeel dat de strook een berm is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt bevestigd.