ECLI:NL:RVS:2024:4104
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 28 augustus 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 24 september 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat de rechtsvragen reeds in eerdere uitspraken waren beantwoord. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. den Heyer, in aanwezigheid van griffier T.W.A. Weber, en uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.