ECLI:NL:RVS:2024:4122
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk bij niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 23 augustus 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 september 2024 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien het feit dat op 11 oktober 2024 het hoger beroep van de vreemdeling reeds is beslist (ECLI:NL:RVS:2024:4108), werd het verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen.
Daarom is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en hoeft de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers in aanwezigheid van griffier A.A. Snijders op 14 oktober 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep reeds is beslist.