ECLI:NL:RVS:2024:4125
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door minister
De minister van Asiel en Migratie heeft op 7 augustus 2024 een besluit genomen waarbij aan de vreemdeling is opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem is uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die op 23 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling heeft vervolgens hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 15 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod en de vertrekopdracht worden bevestigd.