ECLI:NL:RVS:2024:4225
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgevingsvergunning voor schuilgelegenheden alpaca’s in buitengebied Son en Breugel
Appellant houdt hobbymatig alpaca’s op een perceel in Son en Breugel en heeft zonder vergunning vier schuilgelegenheden gebouwd. Hij vroeg later een omgevingsvergunning aan om deze te legaliseren voor vijf jaar. Het college wees de aanvraag af omdat het perceel niet in een kernrandzone ligt en het bouwen van schuilgelegenheden niet ruimtelijk aanvaardbaar is in het buitengebied, waar het open karakter behouden moet blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd mocht worden. Appellant stelde in hoger beroep dat het gebied door veel bebouwing niet langer buitengebied is, dat de schuilgelegenheden klein zijn en dat ze noodzakelijk zijn voor dierenwelzijn.
De Raad van State overwoog dat het bestemmingsplan de bouw van schuilgelegenheden op het perceel niet toestaat en dat het college beleidsruimte heeft om af te wijken van het bestemmingsplan. Het college mocht het perceel als buitengebied aanmerken en het open karakter beschermen. De geringe omvang en het tijdelijke karakter van de schuilgelegenheden rechtvaardigen geen vergunning. Ook de Wet dieren verplicht het college niet tot vergunningverlening. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de omgevingsvergunning bevestigd.