ECLI:NL:RVS:2024:4303
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 juli 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 1 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 24 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.