ECLI:NL:RVS:2024:4322
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 3 maart 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 29 augustus 2024 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat volgens artikel 84, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) tegen het voortduren van de bewaring geen hoger beroep openstaat.
De vreemdeling voerde geen gronden aan die het verbod op hoger beroep konden doorbreken, zoals het ontbreken van een eerlijk proces. Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 29 oktober 2024.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.