ECLI:NL:RVS:2024:4331
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende verhoogd risico op willekeurig geweld
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 februari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde met name over het oordeel dat de minister zijn individuele omstandigheden voldoende had betrokken bij de toepassing van artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat de minister de persoonlijke omstandigheden moet betrekken indien sprake is van willekeurig geweld in het land van herkomst, tenzij de situatie zodanig is dat iedereen een reëel risico loopt.
De vreemdeling slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zijn individuele situatie een verhoogd risico op willekeurig geweld oplevert. De grief faalde daarom. Ook andere aangevoerde punten leidden niet tot vernietiging van het vonnis, omdat deze geen vragen bevatten die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.