ECLI:NL:RVS:2024:4369
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging dispensatiebesluit algemeenverbindendverklaring cao Particuliere Beveiliging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had op 30 april 2019 bepalingen van de cao Particuliere Beveiliging algemeenverbindend verklaard en tegelijkertijd een dispensatieverzoek van de VVNL en De Unie toegewezen. De NVB en anderen maakten bezwaar tegen deze dispensatie, dat de minister ongegrond verklaarde. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde vervolgens het besluit van 6 december 2019 wegens motiverings- en voorbereidingsgebreken en herroept het dispensatiebesluit.
De VVNL en De Unie stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een vergelijkende beschrijving en feitelijke onderbouwing eiste, wat volgens hen niet in het Toetsingskader staat en de beleidsruimte van de minister onaanvaardbaar beperkt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de minister op grond van de Algemene wet bestuursrecht een deugdelijke motivering moet geven, waarbij hij een zelfstandig oordeel moet vormen over de motivering en betwisting van het dispensatieverzoek.
De minister had aangevoerd dat VVNL-leden specifieke bedrijfskenmerken hebben, waaronder gecombineerde beveiligingswerkzaamheden en inzet van flexibele arbeidskrachten, die verschillen van de NVB-leden. De Afdeling stelt echter vast dat het besluit van 6 december 2019 ondeugdelijk is gemotiveerd en geen feitelijke onderbouwing bevat. Tevens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat alle VVNL-leden deze specifieke kenmerken hebben.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het dispensatiebesluit bevestigd.