ECLI:NL:RVS:2024:4373
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Minister weigert inschrijving tolk Nederlands-Punjabi en Nederlands-Urdu wegens onvoldoende taalvaardigheid op B2-niveau
De minister van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van verzoeker tot inschrijving als beëdigd tolk Nederlands-Punjabi (Pakistan/Afghanistan) en Nederlands-Urdu af omdat verzoeker niet voldeed aan de vereiste taalvaardigheid op B2-niveau. Verzoeker beschikte niet over de vereiste diploma’s en certificaten en de minister vond de overgelegde referenties en werkervaring onvoldoende.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en beval de minister een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het geschil beperkte tot de vraag of verzoeker voldoende had aangetoond dat hij de taalvaardigheid op B2-niveau beheerst, maar dat de rechtbank ten onrechte de werkervaring van verzoeker voorop stelde en onvoldoende rekening hield met het beoordelingskader van de minister.
De minister hanteert een beoordelingskader waarin een tolk minimaal 1.000 uren tolkervaring binnen vijf jaar moet aantonen, naast andere omstandigheden zoals woon- en studie-ervaring. Verzoeker voldeed niet aan deze urenvereiste binnen de referteperiode. De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij het beoordelingskader toepast en dat verzoeker onvoldoende objectief heeft aangetoond te beschikken over de vereiste taalvaardigheid. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van inschrijving als beëdigd tolk wordt bevestigd.