ECLI:NL:RVS:2024:438
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 juni 2023 een aanvraag van een vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt, afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag heeft op 17 januari 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en bepaald dat het gevraagde document binnen twee weken moet worden verstrekt.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is afgerond. De voorzieningenrechter constateerde dat de noodzakelijke stukken voor het hoger beroep nog niet waren ontvangen en dat de termijn voor een nieuw besluit was verstreken. Daarom werd bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het resterende deel van het verzoekschrift heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.