ECLI:NL:RVS:2024:4380
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bindend negatief studieadvies en beëindiging onderwijsovereenkomst MBO Utrecht
Appellant is op 1 augustus 2023 gestart met de opleiding Persoonlijk begeleider Maatschappelijke Zorg aan het MBO Utrecht. Na een voorlopig negatief studieadvies op 7 februari 2024, waarin verbeterpunten werden aangegeven, gaf de examencommissie op 22 april 2024 een bindend negatief studieadvies (BNSA) en beëindigde daarmee de onderwijsovereenkomst.
Appellant stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat het BNSA te vroeg was gegeven, de studievoortgangsnorm onduidelijk was en onvoldoende rekening was gehouden met persoonlijke omstandigheden. De commissie van beroep voor de examens (CBE) verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant bij de Afdeling bestuursrechtspraak in beroep ging.
De Afdeling oordeelt dat het BNSA acht dagen te vroeg is gegeven, maar dat dit gebrek kan worden gepasseerd omdat appellant voldoende tijd had om aan de verbeterpunten te werken en de uitkomst niet anders zou zijn geweest. De Afdeling stelt vast dat ondanks open normen, de opleiding voldoende duidelijkheid bood via Check-up formulieren en plannen van aanpak. Tevens is geoordeeld dat appellant zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, terwijl de onderwijsinstelling meerdere inspanningen heeft verricht om ondersteuning te bieden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de beslissing van de CBE bevestigd en de proceskosten worden aan de CBE opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bindend negatief studieadvies wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de onderwijsovereenkomst bevestigd.