ECLI:NL:RVS:2024:4382
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging educatieve maatregel alcohol en verkeer na herhaalde DUI-aanhoudingen
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 3 mei 2022 een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMG) op vanwege twee aanhoudingen voor rijden onder invloed binnen vijf jaar. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat het CBR aanvankelijk kennelijk ongegrond verklaarde zonder hem te horen. Na intrekking van dat besluit kreeg appellant alsnog de gelegenheid tot hoorzitting, waarna het bezwaar op 28 november 2022 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit van rechtswege ongegrond, oordelend dat het CBR voldoende inspanningen had verricht om appellant te horen en dat appellant niet binnen een redelijke termijn had aangegeven van zijn hoorrecht gebruik te willen maken. Appellant stelde in hoger beroep dat de hoorplicht was geschonden en dat er een motiveringsgebrek was vanwege een foutieve datum in het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank onjuist of onvolledig maakten. De vermeende schrijffout in de datum werd als een kennelijke vergissing beoordeeld die eenvoudig te herstellen was en niet afdeed aan de inhoud van het besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de oplegging van de educatieve maatregel alcohol en verkeer wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.