ECLI:NL:RVS:2024:4404
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 september 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond in januari 2024. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat de minister zijn individuele omstandigheden onvoldoende had betrokken bij de toepassing van artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn, die betrekking heeft op bescherming tegen willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict. De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat persoonlijke omstandigheden moeten worden meegewogen, maar constateert dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie leidt tot een verhoogd risico.
Verder werden geen andere grieven gegrond bevonden die tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank zouden leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.