ECLI:NL:RVS:2024:4412
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over recht op zorg- en huurtoeslag en afwijzing verzoek uitstel zitting
Het hoger beroep betreft een geschil tussen appellant en de Dienst Toeslagen over het recht op zorg- en huurtoeslag vanaf 2010. Appellant verzocht om uitstel van de zitting omdat de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek tot verlenging van de behandeltermijn van een bezwaar had ingediend, zodat de dienst eerst kon besluiten op dat bezwaar. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij de zitting wilde gebruiken om de lopende bezwaar- en beroepsprocedures te bespreken.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank bevoegd was het verzoek om uitstel af te wijzen en dat er geen sprake is van schending van de goede procesorde. Verder is het betoog van appellant dat de Belastingdienst/Toeslagen ten onrechte geen rekening hield met zijn woonadres vanaf 2010 ongegrond. De rechtbank had gemotiveerd vastgesteld dat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij op het betreffende adres woonde, wat een vereiste is voor huurtoeslag.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De proceskosten worden niet aan appellant toegekend. Hiermee blijft de beslissing over het recht op toeslagen voor de betreffende jaren ongewijzigd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om uitstel en schadevergoeding wordt afgewezen.