ECLI:NL:RVS:2024:4419
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 22 augustus 2024 niet in behandeling is genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 23 september 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling voerde aan dat zij vanwege meerdere lichamelijke en psychische klachten overdracht aan Duitsland onredelijk hard zou treffen. De minister stelde dat Duitsland dezelfde medische voorzieningen biedt als Nederland en dat de benodigde zorg daar beschikbaar en toegankelijk is. Tevens is uitwisseling van medische gegevens mogelijk indien de vreemdeling daarmee instemt.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zorg in Duitsland ontoereikend is en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.