ECLI:NL:RVS:2024:4469
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag ondanks bezwaar over evenredigheid en informatieverwerking
Appellant maakte bezwaar tegen de definitieve vaststelling van nihil huurtoeslag over 2021, de herziening van het voorschot over 2022 en de terugvordering van in totaal €5.341,-. Hij stelde dat de besluiten strijdig zijn met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, en dat hij vanwege concentratie- en informatieverwerkingsproblemen niet kon verwachten zelf de regelgeving bij te houden.
De Afdeling overwoog dat appellant in 2021 en 2022 geen recht had op huurtoeslag vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Terugvordering van onterecht ontvangen voorschotten is het uitgangspunt, tenzij bijzondere omstandigheden matiging rechtvaardigen. Een overschrijding van de vermogensgrens geldt niet als bijzondere omstandigheid. Appellant kon de terugvordering betalen uit vrij besteedbaar spaargeld, waardoor geen sprake is van onevenredige gevolgen.
De Afdeling verwierp het betoog dat appellant door de terugvordering onder het bestaansminimum zou komen. Ook de concentratie- en prikkelverwerkingsproblematiek leidde niet tot onevenredige gevolgen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de omstandigheden van eerdere zaken niet vergelijkbaar zijn. De rechtbank had de terugvordering terecht toegestaan en de Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De terugvordering van de onterecht ontvangen huurtoeslag wordt bevestigd, ondanks bezwaren over evenredigheid en informatieverwerking.