ECLI:NL:RVS:2024:4477
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging kosten bestuursdwang bij onjuiste dubbele heffing
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 3 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van twee dozen die verkeerd waren aangeboden naast een inzamelvoorziening. Het college bracht tweemaal kosten in rekening bij appellant, die betwistte dat er sprake was van twee overtredingen en stelde dat slechts één overtreding was begaan. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de twee dozen door dezelfde overtreder op hetzelfde moment en locatie verkeerd waren aangeboden en dat dit als één overtreding moet worden gezien. Bovendien was niet aannemelijk gemaakt dat het verwijderen van twee dozen meer kosten veroorzaakte dan het verwijderen van één doos. Daarom was de dubbele kostenheffing onterecht.
De Raad van State vernietigde het besluit van 7 februari 2024 dat het bezwaar ongegrond verklaarde en herroept het besluit van 13 december 2023 waarin de dubbele kosten werden opgelegd. Het bezwaar wordt voor zover gericht tegen dit besluit gegrond verklaard, voor het overige ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar moet het betaalde griffierecht aan appellant terugbetalen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van bestuursdwangkosten bij meerdere overtredingen door één overtreder op dezelfde locatie en tijd, en benadrukt het vereiste van redelijkheid bij kostenheffing.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit over dubbele kostenheffing bestuursdwang en verklaart het bezwaar gegrond.