ECLI:NL:RVS:2024:4484
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing compensatieverzoek kinderopvangtoeslag jaren 2009-2010
De zaak betreft een verzoek om toepassing van de compensatieregeling in het kader van de kinderopvangtoeslagaffaire. De Belastingdienst/Toeslagen wees het verzoek van appellant af over de jaren 2013 en 2014, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet eerder dan in het bezwaarschrift een verzoek om herbeoordeling over de jaren 2009 en 2010 had gedaan.
In hoger beroep betogen de erven van appellant dat de Belastingdienst het verslag van een gesprek met de zaakbehandelaar niet ter goedkeuring had voorgelegd, waardoor de beslissing onjuist zou zijn. De Raad van State oordeelt dat de Belastingdienst terecht afzag van het horen en dat het besluit van 21 januari 2021 begrijpelijk uitsluitend over 2013 en 2014 ging, omdat het fraudeonderzoek zich op die jaren richtte en er geen aanvragen uit 2009 en 2010 bekend waren.
De Raad van State wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens is een voorlopige beslissing genomen over de jaren 2009 en 2010 waarin is vastgesteld dat er geen aanvragen bekend zijn. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.