ECLI:NL:RVS:2024:4521
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf onder jongvolwassenenbeleid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 juni 2022 de aanvraag van drie vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep ongegrond verklaarde, werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen betoogden dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat referent geen zelfstandig gezin vormde, mede omdat hij en zijn vriendin niet samenwonen en de verklaringen hierover onvoldoende waren onderzocht. De Raad van State erkent dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van een zelfstandig gezin en dat de aard, duur en intensiteit van de relatie niet voldoende zijn betrokken in de beoordeling.
Desondanks oordeelt de Raad dat dit niet leidt tot vernietiging van de uitspraak, omdat referent wel in zijn eigen onderhoud voorziet en stappen naar zelfstandigheid heeft gezet, waardoor niet aan alle vereisten van het jongvolwassenenbeleid wordt voldaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf bevestigd.