ECLI:NL:RVS:2024:4569
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij toekenning briefadres en bijstandsuitkering
Deze zaak betreft het geschil over de toekenning van een briefadres door het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen aan appellant. Appellant had een eerste aanvraag voor een briefadres ingediend op 14 oktober 2020, die echter buiten behandeling werd gesteld. Vervolgens diende appellant een tweede aanvraag in op 30 november 2020, waarop het college het briefadres toekende met ingang van die datum.
Appellant voerde aan dat het moment van toekenning van het briefadres bepalend is voor de ingangsdatum van zijn bijstandsuitkering en dat het briefadres met terugwerkende kracht vanaf 14 oktober 2020 had moeten worden toegekend. Het college stelde zich op het standpunt dat de toekenning correct was op basis van de tweede aanvraag, aangezien de eerste aanvraag niet in behandeling was genomen en appellant daartegen geen rechtsmiddelen had aangewend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellant met het besluit van 18 januari 2021 heeft gekregen wat hij heeft verzocht. Tevens werd geoordeeld dat appellant geen fundamenteel procesrecht is ontnomen door de rechtbank, aangezien hij zijn adreswijziging niet tijdig had doorgegeven en de rechtbank daarom de afwijzing van zijn uitstelverzoek naar het laatst bekende adres had gestuurd.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang.