ECLI:NL:RVS:2024:4584
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 juni 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 oktober 2024 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn individuele omstandigheden een verhoogd risico op willekeurig geweld opleveren, zoals vereist bij de toepassing van artikel 15, onderdeel c, van de Kwalificatierichtlijn. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.