ECLI:NL:RVS:2024:4589
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 16 oktober 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde op 14 november 2024 dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hogerberoepschrift bevatte geen relevante vragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Raad van State zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de bewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.