ECLI:NL:RVS:2024:4660
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 8 juni 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 1 oktober 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor geen inhoudelijk oordeel mogelijk was. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom eveneens afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 15 november 2024. Hiermee is het hoger beroep definitief niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.