ECLI:NL:RVS:2024:4721
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken beroep bij rechtbank in zaak toevoeging rechtsbijstand
Appellant verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand, welke door de raad voor rechtsbijstand op 28 december 2020 werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde de rechtbank het beroep van de rechtsbijstandverlener niet-ontvankelijk omdat deze alleen voor zichzelf beroep had ingesteld en niet namens appellant.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De raad gaf uit coulance alsnog de toevoeging af en vergoedde het griffierecht, maar stelde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een beroep bij de rechtbank door appellant zelf.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de rechtsbijstandverlener alleen voor zichzelf beroep heeft ingesteld. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant zelf geen beroep bij de rechtbank heeft ingesteld en hem dit redelijkerwijs niet kan worden verweten.
Het resterende betoog van appellant wordt niet inhoudelijk beoordeeld en de raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen beroep bij de rechtbank heeft ingesteld.