ECLI:NL:RVS:2024:4736
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering zorgtoeslag wegens niet in Nederland belastbaar pensioeninkomen
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de beslissing van de Belastingdienst/Toeslagen om haar zorgtoeslag over 2019 definitief op nihil vast te stellen. De kern van het geschil is of het pensioen dat haar toeslagpartner van de Europese Commissie ontvangt, moet worden meegerekend als toetsingsinkomen.
De Belastingdienst heeft het toetsingsinkomen vastgesteld inclusief het Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) van de toeslagpartner, waardoor het gezamenlijke inkomen boven de inkomensgrens voor zorgtoeslag uitkomt. Appellante voerde aan dat dit pensioen niet tot het toetsingsinkomen behoort en deed tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat op grond van artikel 8, tweede lid, van de Awir het NiNbi mede als toetsingsinkomen wordt beschouwd en dat het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie hieraan niet in de weg staat. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt niet gehonoreerd. De uitspraak is op 20 november 2024 uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van zorgtoeslag wordt bevestigd.