AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing wrakingsverzoek tegen staatsraad wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft tijdens de zitting verzocht om wraking van staatsraad H.G. Sevenster vanwege het niet vooraf behandelen van een voorvraag over het toepasselijke Unierecht. Verzoeker stelde dat de staatsraad niet onafhankelijk en onpartijdig zou handelen door het Nederlands recht toe te passen zonder eerst te beslissen welk recht van toepassing is.
De staatsraad heeft dit betoog gemotiveerd weerlegd en toegelicht dat zij in de uitspraak zal oordelen over de voorvraag, maar dat het bestuursprocesrecht geen mogelijkheid biedt om hier vooraf een beslissing over te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek ter zitting behandeld waarbij verzoeker is verschenen, maar de staatsraad niet is gehoord.
De Afdeling oordeelt dat de veronderstelling van onpartijdigheid niet is doorbroken en dat het niet vooruitlopen op een uitspraak juist een schijn van vooringenomenheid voorkomt. Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond en wordt het afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad Sevenster wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde twijfel aan onpartijdigheid.
Uitspraak
202207209/2/A3.
Datum beslissing: 18 november 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
om toepassing van artikel 8:15 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Procesverloop
Tijdens de zitting op 4 november 2024 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. H.G. Sevenster (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202207209/1/A3.
De staatsraad heeft niet in de wraking berust.
De staatsraad heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[verzoeker] heeft bij brieven van 6, 7 en 10 november 2024 zijn standpunt nader toegelicht en bij brief van 11 november 2024 nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek ter zitting behandeld op 12 november 2024, waar [verzoeker] is verschenen. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
Overwegingen
1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 vanPro de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Als maatstaf geldt dat een staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen.
3. [verzoeker] heeft er tijdens de mondelinge behandeling van zaak nr. 202207209/1/A3 op gewezen dat hij in zijn brief van 29 januari 2024 een voorvraag over het toepasselijke (proces)recht heeft opgeworpen, die door hem als incident is aangemerkt. Volgens [verzoeker] moet de staatsraad overeenkomstig het Unierecht eerst daarop reageren en beslissen welk recht van toepassing is. De staatsraad mag volgens hem het Nederlands recht niet toepassen, nu het Unierecht van toepassing is. Er is daarom geen rechtsgrondslag voor de zitting. Door de opgeworpen voorvraag niet als zodanig te behandelen, handelt de staatsraad niet onafhankelijk en niet onpartijdig. [verzoeker] heeft de staatsraad daarom gewraakt.
4. De staatsraad heeft tijdens de mondelinge behandeling van zaak nr. 202207209/1/A3 toegelicht dat zij in haar uitspraak een oordeel zal geven over de door [verzoeker] opgeworpen voorvraag en dat het bestuursprocesrecht haar niet de mogelijkheid geeft om daarover vooraf een beslissing te geven. In haar schriftelijke uiteenzetting heeft de staatsraad toegelicht dat zij [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling meermaals heeft uitgelegd dat zij een oordeel zal geven in de uitspraak.
5. Het betoog van [verzoeker] komt erop neer dat de staatsraad vooringenomen is omdat zij voorafgaand aan de uitspraak geen oordeel wil geven over de door hem opgeworpen voorvraag. Naar het oordeel van de Afdeling blijkt daaruit niet van vooringenomenheid. Zoals de staatsraad ook in haar schriftelijke uiteenzetting heeft geschreven, zal zij in haar uitspraak een oordeel geven over de door [verzoeker] opgeworpen voorvraag. Door ter zitting niet vooruit te lopen op de uitspraak, wordt juist (een schijn van) vooringenomenheid voorkomen. Gelet daarop bestaat er geen grond voor het oordeel dat sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek om wraking wordt dan ook afgewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.A. Meerman, griffier.