ECLI:NL:RVS:2024:4747
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen ongeldigverklaring toets vanwege co-creatie met docent
De examencommissie van de Haagse Hogeschool verklaarde het ingeleverde verslag van een student ongeldig vanwege vermeende co-creatie met een docent Engels, waardoor het eigen kennen en kunnen van de student niet kon worden vastgesteld. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) vernietigde dit besluit voor zover het plagiaat betrof, maar handhaafde de ongeldigverklaring op grond van artikel 4.14 van de Onderwijs- en Examenregeling (OER), gericht op het borgen van de kwaliteit van toetsing.
De student stelde dat de examencommissie niet bevoegd was op grond van artikel 4.14 OER en dat de procedure niet correct was gevolgd. De Raad van State oordeelde dat artikel 4.14 OER wel degelijk ten grondslag lag aan de beslissing en dat de examencommissie de kwaliteit van de toetsing mocht waarborgen door de toets ongeldig te verklaren. Ook was voldoende gebleken dat voorafgaand overleg met de faculteitsdirecteur had plaatsgevonden, zoals vereist.
De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde dat de examencommissie bevoegd was de toets ongeldig te verklaren omdat niet vaststond dat het werk het eigen werk van de student was. De procedure was naar behoren gevolgd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de student tegen de ongeldigverklaring van zijn toets wordt ongegrond verklaard.