ECLI:NL:RVS:2024:4788
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 januari 2023 de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 21 augustus 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hierop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De griffier wees de vreemdeling erop dat het griffierecht betaald moest worden, met een uiterste betaaldatum van 23 augustus 2024. Na het uitblijven van betaling volgden meerdere aanmaningen met nieuwe termijnen, tot 10 oktober 2024. Ook binnen deze laatste termijn werd het griffierecht niet voldaan.
De vreemdeling kreeg nog de gelegenheid om schriftelijk te verklaren waarom de betaling te laat was, maar de Afdeling zag geen reden om het hoger beroep alsnog in behandeling te nemen. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.