ECLI:NL:RVS:2024:4798
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen buiten behandeling stellen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 8 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling, legde hem op de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en vaardigde een inreisverbod uit.
De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 juli 2024 niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.