ECLI:NL:RVS:2024:4832
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 6 december 2023 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bij de behandeling van het hoger beroep bleek dat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor de Afdeling geen inhoudelijk oordeel kon geven.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 is het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 25 november 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering.