ECLI:NL:RVS:2024:4841
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft bij besluit van 6 april 2023 de toestemming onthouden om betrokkene beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten wegens onvoldoende betrouwbaarheid, gebaseerd op eerdere veroordelingen en een melding van verdachte situatie. Betrokkene was gestart met een MBO 2 opleiding Beveiliger en wilde via een stage beveiligingswerkzaamheden verrichten.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat er bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering op de vierjarige terugkijktermijn rechtvaardigden en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, waardoor de toestemming werd verleend. De korpschef stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de korpschef had moeten afwijken van de terugkijktermijn en dat de omstandigheden die de rechtbank meewoog niet relevant zijn voor de beoordeling van betrouwbaarheid. De korpschef heeft terecht de toestemming onthouden op grond van de Beleidsregels en het dwingendrechtelijk karakter van artikel 7, vierde lid, Wpbr.
De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van de korpschef gegrond en het beroep van betrokkene ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen grond bestaat voor een voorlopige voorziening.
Uitkomst: De toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt geweigerd wegens onvoldoende betrouwbaarheid van betrokkene.