ECLI:NL:RVS:2024:4869
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning dakopbouw wegens strijd met bestemmingsplan
De appellant had een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een dakopbouw op de derde verdieping van zijn woning in Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders wees deze aanvraag af omdat het bouwplan in strijd was met het geldende bestemmingsplan "Vruchten- en Heesterbuurt". De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat het college toezeggingen had gedaan die gerechtvaardigd vertrouwen wekten dat de vergunning zou worden verleend. Hij verwees naar een brief van 1 december 2020 en een e-mail van 16 december 2020 van een projectinspecteur. De Raad van State overwoog dat uit deze communicatie niet ondubbelzinnig bleek dat het college de vergunning zou verlenen. De afdeling Stedenbouw had twijfels over de dakopbouw en ook andere afdelingen waren niet akkoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er toezeggingen waren gedaan waaruit hij redelijkerwijs kon afleiden dat de vergunning zou worden verleend. Ook het laten maken van extra tekeningen zonder overleg vormde geen toezegging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.