ECLI:NL:RVS:2024:4896
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring bezwaar tegen rijvaardigheidsonderzoek door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft bij besluit van 19 juni 2023 bepaald dat appellant moet meewerken aan een rijvaardigheidsonderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het CBR verklaarde dit bezwaar bij besluit van 31 juli 2023 ongegrond. Vervolgens werd het beroep van appellant tegen deze beslissing door de rechtbank Rotterdam eveneens ongegrond verklaard.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. De gronden die appellant in hoger beroep aanvoerde, waren een herhaling van eerdere argumenten die reeds gemotiveerd door de rechtbank waren beoordeeld. Appellant heeft geen nieuwe redenen aangevoerd die de beoordeling van de rechtbank onjuist of onvolledig maken.
Hoewel appellant terecht heeft opgemerkt dat in de uitspraak onjuist gesproken wordt van een 'medisch onderzoek' in plaats van een rijvaardigheidsonderzoek, leidt dit niet tot onjuistheid van de rest van de uitspraak. De Afdeling acht het niet nodig dat het CBR proceskosten vergoedt. De uitspraak is mondeling gedaan op 25 november 2024 door de enkelvoudige kamer.
Uitkomst: Hoger beroep tegen het besluit van het CBR wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.