ECLI:NL:RVS:2024:4917
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verleende op 19 januari 2024 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling. Na een afwijzing van heroverweging op 19 juni 2024 stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de verblijfsvergunning een eerdere ingangsdatum moest krijgen, namelijk 1 september 2015 in plaats van 6 september 2022.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling leverde een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de voorlopige voorziening passend is gezien de belangen van beide partijen. Daarom bepaalde hij dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling een beslissing heeft genomen op het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.