ECLI:NL:RVS:2024:4996
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming schade grauwe ganzen op landbouwpercelen in Zeeland
Appellante heeft twee landbouwpercelen in Breskens waar zij graszaad en Engelse raai teelt. Zij verzocht het college van gedeputeerde staten van Zeeland om een tegemoetkoming in de schade veroorzaakt door grauwe ganzen. Het college wees dit verzoek af omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij adequaat gebruik had gemaakt van de verleende ontheffing voor het afschot van de ganzen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de door appellante overgelegde verklaringen en rapportages onvoldoende betrouwbaar waren en dat niet was voldaan aan de verplichting om bejaagacties te registreren in het faunaregistratiesysteem (FRS). Ook het betoog dat de ligging van de percelen het afschot bemoeilijkte werd verworpen.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze beoordeling. De Afdeling stelt dat het enkel aanwezig zijn van een jager op het perceel als bejaagactie geldt, maar dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat daadwerkelijk twee keer per week afschot of pogingen daartoe hebben plaatsgevonden. De niet-geregistreerde bejaagacties en de late, niet-ondertekende verklaringen zijn onvoldoende bewijs. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in schade door grauwe ganzen wordt bevestigd.