ECLI:NL:RVS:2024:5
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering uitzettingsbescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde ambtshalve de bepaling dat uitzetting achterwege blijft. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing ongegrond op 13 mei 2022.
De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een later ingediend iMMO-rapport van 26 mei 2023 kon niet worden betrokken bij de beoordeling omdat het na de uitspraak van de rechtbank was opgesteld en de vreemdeling geen geldige reden gaf voor het niet eerder indienen.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen gronden bevatte die aanleiding geven tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.