ECLI:NL:RVS:2024:5013
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en in stand laten omgevingsvergunning vergroting woning Amersfoort
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort verleende op 1 juli 2020 een omgevingsvergunning aan appellante sub 1 voor de vergroting van de tweede bouwlaag van haar woning aan een locatie in Amersfoort. De rechtbank oordeelde dat het bouwplan in strijd was met artikel 24.1 van het bestemmingsplan Nieuwland en dat het college terecht het bezwaar had gegrond verklaard en de vergunning had geweigerd. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar en beval het college een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde appellante sub 1 dat het bouwplan niet in strijd was met het bestemmingsplan, omdat de maximale bouwhoogte van 6 meter geldt voor het gehele bouwwerk. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geconcludeerd dat het bouwplan in strijd was met artikel 24.1 van het bestemmingsplan. De systematiek van het bestemmingsplan en de verbeelding maken duidelijk dat twee bouwlagen zijn toegestaan en dat de maximale bouwhoogte gelijk is aan de bestaande bouwhoogte van 6 meter.
Het college erkende dat bij overeenstemming met het bestemmingsplan geen andere weigeringsgrond aanwezig was. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep van appellante sub 1 gegrond en dat van het college ongegrond. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college een nieuw besluit moest nemen en verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 1 juli 2020 ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor de vergroting van de woning wordt in stand gelaten en het bezwaar van appellante sub 1 wordt ongegrond verklaard.