ECLI:NL:RVS:2024:5043
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en verwijzing beroep naar rechtbank
De vreemdeling uit Kameroen had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 1 juli 2020 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak werd het oorspronkelijke besluit van 1 juli 2020 door de staatssecretaris ingetrokken en vervangen door een nieuw besluit van 22 juli 2022, waarin de asielaanvraag opnieuw werd afgewezen.
De Afdeling oordeelde dat door de intrekking van het eerste besluit de vreemdeling geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep tegen dat besluit, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling in verband met het beroep en hoger beroep had gemaakt.
Omdat de vreemdeling tegen het nieuwe besluit inhoudelijke gronden had aangevoerd die nog niet door de rechtbank waren beoordeeld, verwees de Afdeling het beroep tegen het besluit van 22 juli 2022 terug naar de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, om verlies van instantie te voorkomen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het ingetrokken besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit is verwezen naar de rechtbank.