ECLI:NL:RVS:2024:5152
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bindend negatief studieadvies opleiding Bedrijfskunde
Appellante is gestart met de studie Bedrijfskunde aan De Haagse Hogeschool en behaalde onvoldoende studiepunten om aan de BSA-norm van 50 punten te voldoen. Door de coronapandemie en persoonlijke medische omstandigheden kreeg zij uitstel van het bindend negatief studieadvies (BNSA) voor de studiejaren 2021-2022 en 2022-2023, met de voorwaarde dat zij in 2023-2024 de propedeuse moest behalen.
In het studiejaar 2023-2024 behaalde appellante echter geen studiepunten en volgde zij geen onderwijs, hoewel zij zich inschreef voor twee tentamens waarvan zij er één niet haalde en voor de ander niet verscheen. De examencommissie gaf haar daarop een BNSA. Appellante voerde aan dat haar lichamelijke en psychische klachten niet volledig waren meegewogen en dat het college zich onterecht baseerde op het advies van de decaan zonder medisch specialist te raadplegen.
De Afdeling oordeelt dat de examencommissie en het college het advies van de decaan, die concludeerde dat de medische omstandigheden niet de volledige studievertraging verklaren, terecht hebben gevolgd. Het college mocht ook meewegen dat appellante in vier jaar slechts 43 studiepunten behaalde en in het laatste jaar geen enkele vooruitgang boekte, waardoor het niet aannemelijk was dat zij binnen een half jaar alsnog haar propedeuse zou behalen.
Gelet op deze feiten en omstandigheden heeft het college het BNSA terecht gehandhaafd en behoefde het geen proceskosten te vergoeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bindend negatief studieadvies wordt ongegrond verklaard en het advies blijft gehandhaafd.