ECLI:NL:RVS:2024:5182
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De minister van Asiel en Migratie heeft op 25 oktober 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, die op 21 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen.
Omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, is het oordeel van de rechtbank overgenomen zonder nadere motivering. Het hoger beroep is ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.