ECLI:NL:RVS:2024:5192
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 13 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 12 december 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van deze maatregel, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitspraak van de rechtbank niet direct uitgevoerd hoeft te worden. De minister voerde aan dat het grensbewakingsbelang zwaarder weegt en dat onmiddellijke opheffing onomkeerbare gevolgen zou hebben voor de toegang tot het Schengengebied.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks de ingrijpende aard van de maatregel voor de vreemdeling, het belang van de minister in dit geval zwaarder weegt. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd blijft totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd totdat het hoger beroep is beslist.