ECLI:NL:RVS:2024:5240
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over handhaving gebruik parkeerterrein in strijd met bestemmingsplan in Den Haag
Keizerrijk B.V. vroeg een omgevingsvergunning aan voor vier woningen op Marcelisstraat 73, Den Haag. Het college wees deze aanvankelijk af wegens onvoldoende parkeervoorzieningen, maar verleende de vergunning later alsnog nadat Keizerrijk B.V. aangaf parkeerplaatsen op een ander perceel te realiseren. Het college stelde later handhavend op tegen het gebruik van dit binnenterrein als parkeerterrein, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat de vergunning voor het parkeerterrein terecht was geweigerd. Keizerrijk B.V. ging in hoger beroep en stelde onder meer dat het parkeren inherent was aan de woonbestemming en dat het college impliciet vrijstelling had verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, stellende dat de parkeerplaatsen niet binnen hetzelfde bestemmingsvlak liggen en dat er geen impliciete vrijstelling is verleend.
Wel oordeelde de Afdeling dat het college het vertrouwensbeginsel onvoldoende had gemotiveerd. Keizerrijk B.V. mocht op grond van de vergunningverlening en communicatie redelijkerwijs verwachten dat handhaving achterwege zou blijven. Het college had echter nagelaten om andere belangen af te wegen en dit te motiveren. Daarom wordt het college opgedragen binnen tien weken alsnog een gemotiveerd besluit te nemen over de belangenafweging en eventuele schadevergoeding.
De Afdeling zal in de einduitspraak ook beslissen over proceskosten en griffierecht. De zaak wordt hiermee geschorst tot het college het gemotiveerde besluit heeft genomen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak draagt het college op binnen tien weken een nieuwe belangenafweging en motivering te geven over handhaving en het vertrouwensbeginsel.