ECLI:NL:RVS:2024:5302
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke op 10 mei 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 11 juli 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorzieningprocedure niet geschikt is. Gezien de belangen van de vreemdeling werd besloten een voorlopige voorziening te treffen. Hierbij werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers op 20 december 2024.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.