ECLI:NL:RVS:2024:5348
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling bij besluit van 29 oktober 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin dienen, mede gelet op eerdere jurisprudentie van 10 mei 2004.
De Afdeling zag geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd beslist dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling bevestigd.