ECLI:NL:RVS:2024:5356
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen jacht op verwilderde katten in Fryslân
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân besloot in 2005 dat verwilderde katten in de provincie bejaagd mogen worden ter bescherming van de fauna. Dit besluit geldt via overgangsrecht als een opdracht op grond van de Wet natuurbescherming. In 2022 wees het college het verzoek van Stichting Dierenrecht af om deze opdracht in te trekken. De stichting stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de jacht te schorsen tot zes weken na de uitspraak in de hoofdzaak.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om schorsing niet betrekking heeft op het besluit dat in hoger beroep aan de orde is, namelijk de afwijzing van het intrekkingsverzoek. Een gegrond hoger beroep kan in dit geval niet leiden tot intrekking van de opdracht, omdat het een discretionaire bevoegdheid betreft waarbij de bestuursrechter slechts kan ingrijpen als er slechts één juiste beslissing mogelijk is, wat hier niet het geval is.
Verder is niet gebleken dat het besluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of evident onredelijk is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoeft het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de jacht op verwilderde katten wordt afgewezen.