ECLI:NL:RVS:2024:5364
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning vanwege onduidelijkheid leeftijd vreemdeling
De vreemdeling, met de Syrische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Justitie en Veiligheid verleende deze vergunning, maar stelde dat de vreemdeling meerderjarig was op basis van een leeftijdsregistratie in Tsjechië, waar hij eerder verbleef. De vreemdeling stelde echter dat hij minderjarig was en overlegde een geboorteakte en een uittreksel uit het geboorteregister met een andere geboortedatum.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van de minister ongegrond, omdat de minister mocht uitgaan van de Tsjechische registratie. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State en betoogde dat de minister het vermoeden van minderjarigheid niet had ontzenuwd en onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de Tsjechische registratie als juist beschouwde.
De Raad van State oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is bij leeftijdsbeoordeling van vreemdelingen en dat de minister zorgvuldig en gemotiveerd moet beoordelen welk gewicht aan een buitenlandse registratie wordt toegekend. De minister heeft in dit geval onvoldoende gemotiveerd waarom hij uitgaat van de Tsjechische registratie, terwijl de vreemdeling een geboorteakte en geboorteregister overlegd heeft die zijn minderjarigheid ondersteunen.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit van 31 juli 2023 voor zover daarin de vreemdeling als meerderjarig is aangemerkt en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Het besluit dat de vreemdeling meerderjarig is, wordt vernietigd en de minister moet de leeftijd opnieuw beoordelen.