ECLI:NL:RVS:2024:5374
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toeslag vergoeding rechtsbijstand in verlengde asielprocedure
Appellante, een advocaat die rechtsbijstand verleende in een asielprocedure, vorderde een toeslag van 2 punten bovenop de vergoeding voor haar werkzaamheden in de Algemene Asielprocedure. De raad voor rechtsbijstand kende deze toeslag niet toe omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarde om een v.a.-brief mee te sturen bij de declaratie, zoals vereist volgens artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante onvoldoende heeft onderbouwd waarom de eerdere gemotiveerde beoordeling onjuist zou zijn en dat de door haar aangevoerde gelijke gevallen niet vergelijkbaar zijn vanwege beleidswijzigingen en specifieke omstandigheden.
De Raad van State wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de raad voor rechtsbijstand niet verplicht is de toeslag toe te kennen zonder de vereiste v.a.-brief of een verklaring van de IND dat de verlengde asielprocedure is gevolgd. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de toeslag van 2 punten terecht niet is toegekend wegens het ontbreken van een v.a.-brief.